Box 3 — de belasting op je spaargeld en beleggingen — blijft in 2026 een bewegend doel. Het beloofde nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement is opnieuw uitgesteld, de forfaits zijn bijgesteld, en dankzij de Hoge Raad mag je je werkelijke rendement aantonen. Deze gids zet op een rij wat er in 2026 geldt, wat het voor jou als ondernemer betekent, en wat je kunt doen. De bedragen en percentages komen van de Belastingdienst.
Wat is box 3?
In box 3 betaal je belasting over je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning, en andere bezittingen die niet in box 1 (werk en woning) of box 2 (aanmerkelijk belang) vallen. Schulden mag je deels aftrekken.
Je betaalt niet over de waarde van je vermogen zelf, maar over het rendement dat je daarmee wordt verondersteld te halen. En daar zit precies de discussie: jarenlang rekende de fiscus met één forfaitair percentage dat vaak hoger lag dan wat spaarders echt haalden. De Hoge Raad heeft daar een streep door gezet — daarover verderop meer.
Wat verandert er in box 3 in 2026?
Het heffingvrij vermogen
Over een deel van je vermogen betaal je géén box 3-belasting. Dat heffingvrij vermogen is in 2026:
- € 59.357 per persoon (in 2025 was dit € 57.684);
- € 118.714 voor fiscale partners samen.
Blijf je onder die grens, dan betaal je in box 3 niets.
De forfaitaire rendementen
Boven het heffingvrij vermogen rekent de Belastingdienst per soort vermogen met een verondersteld (forfaitair) rendement. Voor 2026:
- Overige bezittingen (beleggingen, tweede woning, vorderingen): 6,00%
- Banktegoeden (spaargeld): 1,28% — nog voorlopig
- Schulden (aftrekbaar): 2,70% — nog voorlopig
De percentages voor banktegoeden en schulden staan pas na afloop van het jaar definitief vast, omdat ze meebewegen met de werkelijke rente. Het percentage voor beleggingen (6,00%) ligt wél vast.
Het tarief
Over het berekende rendement betaal je 36% belasting. Dat tarief geldt over je belastbaar rendement — niet over je hele vermogen.
De tegenbewijsregeling: betaal over je werkelijke rendement
Dit is voor veel spaarders het belangrijkste. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat je niet méér belasting hoeft te betalen dan over je werkelijke rendement. Daarom geldt ook in 2026 de tegenbewijsregeling:
Is jouw werkelijke rendement in een jaar lager dan het forfaitaire rendement, dan wordt je box 3-inkomen berekend op basis van dat lagere werkelijke rendement.
Vooral als je vermogen vooral uit spaargeld bestaat en je weinig rente hebt ontvangen, kan tegenbewijs veel schelen. Je moet je werkelijke rendement dan wel kunnen onderbouwen (rente, dividend, huur, en ook waardestijgingen tellen mee).
Op je voorlopige aanslag 2026 rekent de Belastingdienst nog met de forfaits; klopt je werkelijke rendement lager uit, dan wordt dat later in de definitieve aanslag rechtgezet.
Wat betekent dit voor jou als ondernemer?
Box 3 gaat over je privévermogen, niet over je onderneming zelf — maar als ondernemer heb je er vaak juist mee te maken:
- Zzp’ers die een buffer of pensioenpotje in privé aanhouden, komen boven het heffingvrij vermogen al snel in box 3.
- DGA’s met privébeleggingen naast hun BV betalen over die beleggingen het forfait van 6%.
- Heb je vooral spaargeld? Dan is het verschil tussen het forfait en je werkelijke renteopbrengst groot — en is de tegenbewijsregeling het bekijken waard.
Een vereenvoudigd voorbeeld: heb je € 150.000 belegd (overige bezittingen) en geen schulden, dan wordt over het deel boven € 59.357 gerekend met 6% verondersteld rendement, en betaal je daarover 36%. Bij vooral spaargeld ligt het veronderstelde rendement veel lager (1,28%). De exacte uitkomst hangt af van de verhouding tussen je banktegoeden, beleggingen en schulden — reken je situatie na met de rekenhulp van de Belastingdienst of je adviseur.
Wat kun je doen?
- Bepaal je vermogen per 1 januari 2026 — dat is de peildatum voor box 3.
- Splits je vermogen in banktegoeden, beleggingen en schulden; de forfaits verschillen fors.
- Bewaar je gegevens over werkelijk rendement (rente, dividend, huur, waardeontwikkeling), zodat je de tegenbewijsregeling kunt gebruiken als dat gunstiger is.
- Ontvang je een voorlopige aanslag? Controleer of tegenbewijs voor jou lager uitpakt dan het forfait.
- Twijfel je? Bij groter of gemengd vermogen verdient een belastingadviseur zich snel terug.
Kort samengevat
In 2026 blijft box 3 forfaitair: 6% op beleggingen, 1,28% op spaargeld (voorlopig), een heffingvrij vermogen van € 59.357 en een tarief van 36%. Het echte nieuws is dat het stelsel op basis van werkelijk rendement is uitgesteld naar 2028 — en dat je met de tegenbewijsregeling niet meer betaalt dan over je werkelijke rendement. Hou je vermogen en je werkelijke opbrengsten goed bij. Wil je op de hoogte blijven als hier iets verandert? Meld je hieronder aan voor de update voor ondernemers.